Op een offerte staat vaak alleen het woord bitumen, en dat zegt ongeveer net zoveel als het woord hout. Er zit een wereld van verschil tussen de varianten, en dat verschil bepaalt hoe lang uw dak meegaat.
U hoeft geen expert te worden, maar het helpt om te weten wat er staat. Hieronder de termen die u tegenkomt, in gewone taal.
APP en SBS: de twee hoofdsoorten
APP. Bitumen dat met kunststof is aangepast en daardoor harder en beter bestand tegen UV en warmte. Blijft vormvast bij hoge temperaturen. Wordt veel gebruikt als toplaag op daken die veel zon krijgen.
SBS. Bitumen dat met rubber is aangepast en daardoor elastischer blijft, ook bij kou. Rekt beter mee met beweging in de ondergrond en scheurt minder snel op een knik. Vaak de betere keuze bij houten constructies.
In combinatie. Veel dakdekkers werken met een SBS-onderlaag voor de elasticiteit en een APP- of SBS-toplaag voor de weerstand. Dat is een prima opbouw.
De toplaagbescherming. Een toplaag met minerale leislag beschermt het bitumen tegen UV. Verdwijnt die leislag, dan verouderd het bitumen eronder snel. Kale plekken zijn dus geen cosmetisch probleem.
“Twee lagen bitumen is geen luxe. Het is het verschil tussen een dak van vijftien jaar en een dak van dertig.”
Fouad, eigenaar Astrodak Service
Het aantal lagen is belangrijker dan het merk
Als u één ding meeneemt uit dit artikel: vraag in hoeveel lagen er wordt gewerkt. Een enkellaags systeem is goedkoper en het gaat aanzienlijk korter mee. Bij twee lagen zit er onder de toplaag een onderlaag die de hechting verzorgt en die bij een beschadiging in de toplaag nog een tweede barrière vormt.
Op een woningdak is twee lagen de standaard die u zou moeten willen. Op een klein schuurdakje kan één laag verdedigbaar zijn, maar dan weet u ook waar u aan begint.
SBS
elastischer
beter bij kou
Twijfelt u over de juiste aanpak?
Ik kom liever eerst met mijn collega’s naar uw dak kijken dan dat ik op afstand een oplossing verzin. Tijdens de gratis inspectie krijgt u te horen wat er écht nodig is, ook als dat minder is dan u dacht.
Gebrand, gekleefd of zelfklevend
Branden is de klassieke methode: de onderkant van de rol wordt met een brander vloeibaar gemaakt en op de ondergrond gerold. Sterk en snel, maar met open vuur, dus niet overal wenselijk. Bij een houten constructie of dicht tegen een gevel met kwetsbaar materiaal werken we met een koud systeem.
Kleven gebeurt met een koude lijm en is een goede oplossing waar niet gebrand mag worden. Zelfklevende rollen zijn er ook, vooral als onderlaag. In alle gevallen geldt: de ondergrond moet droog en schoon zijn, anders hecht niets.
Waar u het verschil later merkt
Niet in het eerste jaar, want dan liggen alle systemen er goed bij. U merkt het na jaar tien tot vijftien. Een enkellaags dak begint dan scheurtjes te vertonen op de knikken en kale plekken in de toplaag. Een tweelaags systeem met een goede leislagbescherming ligt er dan nog gewoon.
Wat u aan uw huidige dak kunt afleiden
Kijk naar de toplaag. Is die bedekt met minerale leislag die op de meeste plekken nog vastzit, dan is de bescherming intact en heeft het dak nog tijd. Zijn er kale plekken waar het zwarte bitumen bloot ligt, dan is de UV-bescherming daar weg en verouderd het versneld.
Kijk ook naar de randen bij een opstand. Fijne scheurtjes op de knik betekenen dat het materiaal zijn rek kwijt is, en dat is een eigenschap van het bitumen zelf en niet van de plek. Als het daar begint, volgt de rest binnen een paar jaar.
Veelgestelde vragen over bitumen soorten